LHBTIQA+

LHBTIQA+ is de afkorting van lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse, queer/questioning en aseksueel/aromantisch. De plus geeft aan dat de term inclusief is voor mensen die zichzelf anders noemen dan waar deze letters voor staan.  LHBTQA+ is een parapluterm voor mensen die wat betreft seksuele oriëntatie, romantische voorkeur, gender, of sekse anders zijn dan hetero of cisgender. De term brengt verschillende mensen samen.

Lesbisch

Meiden die voornamelijk op meiden  vallen noemen we lesbisch of lesbiennes. Het woord komt van Lesbos, het Griekse eiland waar de dichteres Sappho vandaan komt. Zij schreef over haar liefde voor vrouwen. Haar gedichten zijn de oudste teksten over liefde tussen twee vrouwen.

Homoseksueel

Je bent homoseksueel als je valt op iemand van je eigen geslacht. Dat is letterlijk de betekenis: homo betekent ‘hetzelfde’. De term geldt eigenlijk voor iedereen, maar wordt vooral voor jongens en mannen gebruikt. Homoseksueel wordt vaak afgekort tot homo. Of je jezelf zo noemt is een tweede. Dat hoeft niet. Je kan ook kiezen voor bi, gay of iets anders wat (voorlopig) beter bij je past.

Lees ook Ben ik misschien homo of bi?

Gay

Gay is de Engelse term voor homoseksueel, en betekent eigenlijk ‘vrolijk’ of ‘onbezorgd’. Inmiddels wordt het zelfstandig gebruikt voor homoseksuele jongens en mannen en lesbische meiden en vrouwen. De tegenhanger is straight, dat ‘rechtlijnig’ betekent, en inmiddels dus ook hetero.

Biseksueel

Als je biseksueel bent, val je op mannen en op vrouwen. Wat je daar vervolgens mee doet en hoe je het noemt, is voor iedereen anders. Sommige biseksuele mensen vallen bijvoorbeeld niet alleen op mannen en vrouwen, maar ook op mensen die daar tussenin zitten. Veel mensen zijn biseksueel. Sterker nog: er zijn meer biseksuele mensen dan homo’s en lesbiennes. Ook een deel van de hetero’s heeft biseksuele gevoelens.

Panseksueel

Als je jezelf panseksueel noemt, val je op mensen: mannen, vrouwen, en mensen die een andere genderidentiteit hebben. Het maakt je niet uit. Pan betekent dan ook ‘alle’.

Queer

Queer betekent eigenlijk ‘vreemd’; er is niet echt een goede Nederlandse vertaling voor. Het staat voor een open, brede genderidentiteit en/of seksuele identiteit. Vaak noemen mensen zichzelf queer als ze zichzelf niet een vaststaande gender en/of seksuele identiteit toekennen, of die afwijzen. Sommige mensen gebruiken queer als parapluterm voor alles wat niet heteroseksueel en/of cisgender is.

De Q in LHBTIQA+ kan ook worden uit gelegd als de Q van questioning: iemand die (nog) niet weet op welke gender(s) of geslacht(en) hij/zij/hen valt.

Aseksueel

Als je aseksueel bent, heb je weinig tot geen seksuele aantrekkingskracht naar anderen mensen toe en/of geen behoefte aan seksueel contact met een ander. Sommige aseksuele mensen hebben wel seks met zichzelf en soms ook met een ander. Iemand die aseksueel is, kan dus wel seksueel opgewonden zijn, maar voelt geen seksuele behoefte tijdens de  seks met iemand anders. Dat betekent niet dat je niet verliefd wordt, of van een ander kunt houden, dat noemen we aromantisch.

Hetero

Iemand die zich romantisch en/of seksueel uitsluitend aangetrokken voelt tot het tegengestelde geslacht of gender.

Non-binair

Iemand die non-binair is voelt zich niet thuis in de 'binaire' hokjes man of vrouw. Non-binair is eigenlijk een parapluterm: het wordt gebruikt voor alle genders die buiten de tweedeling man/vrouw vallen. Sommige non-binaire mensen noemen zich bijvoorbeeld gender non-conform, agender of genderfluide. 

Mensen die non-binair zijn gebruiken vaak andere aanspreekvormen dan hij of zij, hem of haar. In het Nederlands gebruiken veel non-binaire mensen hen en hun als aanspreekvorm. Welke aanspreekvorm non-binaire mensen willen gebruiken, kan variëren. Als je niet weet hoe iemand wil worden aangesproken kan je er altijd gewoon naar vragen.

Intersekse

Het hebben van geslachtskenmerken die buiten de gebruikelijke definities van ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ vallen. Sommige mensen worden met een variatie hierop geboren, deze mensen noem je intersekse personen. Zo kan het zijn dat je bijvoorbeeld geboren wordt met eierstokken en met een penis, of dat je geboren wordt met een penis en een vulva. Soms komen mensen er pas tijdens de puberteit of tijdens de zwangerschap achter, het valt dus niet (gelijk) te zien. Wat belangrijk om te weten is, is dat er veel variaties zijn op het ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ geslacht.  

Cisgender

Als sekse (geslacht) overeenkomt met genderidentiteit, het tegenovergestelde van transgender.